Over de Eik
Ik ben jaloers op de bomen, op het gemak waarmee ze loslaten. Het is heerlijk om te zien. Gisteren zat ik onder een boom, nog grotendeels groen. Het is nog maar oktober, dus de bladeren beginnen pas te kleuren. We staan aan het begin van het loslaten. Toen zag ik voor het eerst bewust een blaadje vallen. Als een dans kwam het naar beneden. Eikenblaadjes vallen heel mooi. Ze vallen niet recht naar beneden, maar nemen hun tijd. Dat sierlijke vallen is bijna poëtisch.
Ik wou dat ik ook zo kon loslaten. Sierlijk, poëtisch, met gemak. Spijtig genoeg vind ik loslaten nog altijd een oefening. Misschien heb je jaren oefening nodig, jaren die wij als mens niet hebben, om los te laten zoals een eik. Om rust te vinden in het opruimen van het jaar.
Het gemak van de eik
Toch klopt dat beeld van gemak niet helemaal. Al weken voor het eerste blad valt, voelt de boom dat de dagen korter worden. Hij haalt de voedingsstoffen terug uit zijn bladeren en bewaart ze voor de lente. Het bladgroen wordt afgebroken, en zo komen de gele en bruine kleuren tevoorschijn. Aan de voet van elke bladsteel groeit een dun laagje cellen dat het blad langzaam losmaakt en de plek waar het vastzat al afsluit, nog voor het valt. Het blad dat ik zo sierlijk zag dansen, was het einde van een lang en zorgvuldig proces.
En er is meer. Vooral jonge eiken houden hun dode bladeren vaak de hele winter vast. Bruin en droog blijven ze aan de takken hangen, tot de nieuwe knoppen ze in de lente wegduwen. Ook de eik laat dus niet altijd los wanneer het ‘moet’. Soms houdt hij vast tot er iets nieuws klaar is om de plaats in te nemen.
Soms houdt hij vast tot er iets nieuws klaar is om de plaats in te nemen.
Dat troost me. Misschien is loslaten ook voor een boom een oefening, alleen een oefening die hij al eeuwen herhaalt. En misschien is mijn eigen worstelen ermee niet zo anders dan wat er in die eik gebeurt: voorbereiden, terugnemen wat je nodig hebt, de wonde verzorgen, en soms nog even vasthouden.
Een zwaar jaar
Ik kijk graag naar bomen. Het doet me deugd hen te zien veranderen, en het geeft me rust om te zien hoe ze blijven staan, ondanks alles. Een zwaar jaar, een vol jaar… De boom is onverstoorbaar.
Al was dit jaar misschien anders. Sommige van mijn favoriete bomen hadden het heel lastig. Hun jaarring zal dit jaar waarschijnlijk smaller zijn, of zelfs onbestaande. Er was hitte, warmte en droogte. Het bos schreeuwde bijna om water. Een paar bomen in mijn bos zijn gesneuveld. Ze staan er nog, en ergens hoop ik dat ze volgend jaar toch nog wat levenskracht vinden, dat er iets overblijft van hun essentie waardoor ze toch weer opschieten. Maar ik weet dat het voor sommige niet opgaat. Net zoals ik hoop dat we volgend jaar een andere zomer krijgen, een zachtere, met minder droogte en minder hitte. En net zoals bij mijn hoop voor de bomen, weet ik ergens dat het niet zal opgaan. Ons klimaat verandert, zeggen sommigen. Ik denk dat onze aarde schreeuwt, en dat de hemel meeschreeuwt: ‘Hou op! Wij zijn hier ook!’
Ik denk dat onze aarde schreeuwt, en dat de hemel meeschreeuwt: ‘Hou op! Wij zijn hier ook!’
Mijn leermeesters
De oplossingen laat ik over aan slimmere en meer onderlegde mensen. Die zijn er, dat weet ik. Ik lees over hun acties, hun ideeën en plannen, en denk: ‘Er is hoop, er zijn mogelijkheden.’ Maar ik kan het wel opmerken, als iemand die regelmatig in het bos komt. In verschillende bossen. Als iemand die sommige bomen bijna als vrienden beschouwt, of eerder als raadgevers. Want eerlijk gezegd heb ik de bomen nog nodig, om te leren loslaten en te leren vertrouwen. Om te leren wat de seizoenen echt zijn. Ik leef op mijn manier met de seizoenen, maar mijn leermeesters, de natuur rondom mij, ga ik nog mijn hele leven nodig hebben. Hen verliezen lijkt me afschuwelijk. Niet alleen omdat ik ze nodig heb, maar vooral om wie ze zijn. Om hun essentie.
Medebewoners
We bekijken de natuur te veel als iets wat we kunnen gebruiken, een voorwerp dat ten dienste staat van ons. Bomen zijn een onderdeel van een productieproces, van hout of papier. Maar geen onderdeel van onze leefwereld. Geen gelijkwaardige medebewoners van onze aarde. Jaren geleden gaven we al een paar rechten aan dieren. Niet veel, want ze zijn nog steeds onderdeel van het productieproces. Maar omdat zoogdieren (de andere soorten staan niet zo op onze radar) een manier hebben om zich te uiten, kunnen we er eigenlijk niet omheen. Deze medebewoners voelen. Dus gaven we hen een paar rechten. Maar zijn ze daarmee een volwaardig onderdeel van onze leefwereld? Niet echt.
Een open boek
Waarom ik dit schrijf, weet ik niet helemaal. Om het van me af te schrijven? Om met jou te delen dat er hoop is? Of om mezelf eraan te herinneren dat wij deel zijn van het geheel. Na al het zoeken naar heelheid, en ik ben er jaren mee bezig geweest, besef ik eindelijk dat heelheid pas komt als ik deel uitmaak van de natuur. Als ik mijn eigenlijke plek als onderdeel van de natuur terug opneem, en me laat leiden door de wijsheid die daar aanwezig is. Die wijsheid is niet verborgen. Een boom is een open boek. De lessen van de natuur zijn overal om ons heen, als je ze wil opmerken.
Een boom is een open boek.
Ik blijf denken dat we die diepe verbinding met de natuur missen. Dat het gevoel van ‘verloren zijn’ dat ik vaak bij mensen opmerk, een antwoord kan vinden in die verbinding. Misschien is dat het doel van deze tekst: je uitnodigen om vooral naar buiten te gaan. Ga op bezoek bij onze medebewoners, en leer hen kennen.
Tot in het bos?
Een reactie achterlaten Reactie annuleren
Je moet inloggen om een reactie te kunnen plaatsen.
