Ik mis de lente
Een ode aan het trage, het wiebelige, het nog-niet-zekere.

We hebben net de tweede hittegolf van dit jaar achter de rug.
Het is nog maar net juni.

Ik sta in mijn moestuin en ik ben verdrietig.

Niet om de hitte alleen.
Om wat we aan het verliezen zijn.

Bestaat de lente nog?

Ik herinner me de lente van vroeger.
Maartse buien die je overal vandaan konden verrassen.
Een onverwacht warme dag in april, alsof de zon even testte of je er klaar voor was.
Mei met een jas. Soms. Af en toe.

Nu lijken er nog maar twee standen te zijn.
Warm. Of regen.

Geen sneeuw meer in de winter, dat is uitzondering geworden.
En de lente… die schuift op. Wordt smaller. Verdwijnt bijna tussen de andere seizoenen.

Ik mis haar.
Dat voorzichtige, wiebelige, nog-niet-zekere van de lente.
Die tinten groen die je elk jaar opnieuw mocht ontdekken alsof het de eerste keer was.

De maatschappij die enkel zomer aanvaardt.

En dan kijk ik naar ons.
Naar mensen.

En ik zie hetzelfde patroon.

Of je straalt als de zomer, vol energie, zichtbaar, productief, altijd aan.
Of je kan niet mee en wordt weggezet in een vergeethoek.
Ga maar rusten tot je weer inzetbaar bent.
Tot je weer mee kan in de hectiek.

Alsof enkel de zomer aanvaardbaar is.
Alsof lente en herfst tussenseizoenen zijn.
Iets om doorheen te gaan, niet iets om in te zijn.

Ik zie het in de reclames die ik als ondernemer krijg.
‘Hoe ik in één jaar 100k binnenhaalde.’
Snel. Hard. Zichtbaar.

En ik denk: maar wanneer was er lente?
Wanneer was er tijd om te wiebelen, te testen, te falen, te groeien op je eigen tempo?

Ieder zaadje heeft zijn moment.

Ik heb een moestuin.
Ik trek het meeste op uit zaad.

Elke doorwinterde tuinder weet het.
Paprika’s zaai je vroeg. Zij hebben tijd nodig, veel warmte, veel geduld.
Tomaten later. Gretige groeiers, haastig om boven te komen.

Ieder zaadje heeft zijn moment.
En dat hoort ook zo.

Er is nog nooit iemand naar een boom gegaan om te zeggen:
“Zou je je bladeren nu al eens een tint groener kunnen maken? We willen eigenlijk meteen wat meer schaduw.”

Nee. We weten dat bomen dat op hun tempo doen.

Maar mensen?
Van mensen verwachten we dat ze altijd in de zomer leven.

De aarde als spiegel.

Misschien is de grootste spiegel op dit moment onze aarde zelf.

Natuur die verdwijnt.
Bossen die verdwijnen.
Diersoorten die verdwijnen.

En wat krijgen we in de plaats?
Niets van waarde.

We hebben economie belangrijker gemaakt dan welzijn.
Geld belangrijker dan mensen.
Groei belangrijker dan geheel.

En de aarde laat ons zien wat er gebeurt als je dat doet.
Niet als straf.
Als spiegel.

Zonder echte connectie krijg je oorlog.

We kijken er allemaal naar.
Op onze schermpjes.
Maar we zijn er niet bij.

We durven niet meer voelen wat het met ons doet, denk ik soms.
Die schermpjes zorgen dat we altijd weg kunnen.
We zetten het uit en kijken naar een kip op een draaimolen.

Maar in een echte connectie kan je niet zo maar vertrekken.
Daar voel je het verdriet.
De pijn.
Maar ook de vreugde, de liefde, de waardering.

Dat is echt leven.

Wanneer gaan we beseffen dat we geld niet kunnen eten?

Dat rijkdom misschien geen bedrag op je bankrekening is.
Maar het aantal mensen in je leven.
De connectie die je met hen opbouwt.
De maaltijd die je deelt.
Het moment waarop je echt aanwezig bent en voelt: dit is genoeg.

Samen wint het elke keer van alleen.
Dat is geen slogan. Dat is wat ik zie. Elke dag.

Een therapeutische daad van verzet.

Mijn moestuin is geen hobby.

Het is een daad van verzet.
Ik zorg voor de natuur en voor mijn gezin met het eten dat ik zelf kweek.
Klein. Traag. Op mijn eigen tempo. Volgens het ritme van de seizoenen.

Mijn werk is ook een daad van verzet.

Ik vertel vrouwen dat ze meer zijn dan wat anderen van hen verwachten.
Dat hun waarde niets te maken heeft met hun output.
Dat elk seizoen van belang is.
Dat de cyclus niet toevallig is.

Groeipracht is er niet voor vrouwen die denken dat alles prima is zoals het gaat.

Het is er voor de bewuste vrouw.
Die weet dat wij deel zijn van het geheel.
Niet erboven. Niet erbuiten.
Die de wereld mooier wil achterlaten dan ze haar vond.

Ik heb nog hoop.

Echt.

Ik geloof dat we er samen kunnen geraken.
Maar dan moeten we stoppen met denken dat we het alleen kunnen.

Die bomen in het bos.
Die hebben we nodig.
Niet als decor.
Als zuurstof. Als water. Als leven.

De wereld is niet iets wat we bezitten.
Ze is iets wat we lenen van wie na ons komt.

Ik mis de lente.

Dit is mijn ode aan en hoop op een lente.

Het seizoen van kleine dingen.
Van zaadjes die uitkomen op hun eigen moment.
Van bomen die nieuwe blaadjes maken zonder dat iemand hen daartoe aanspoort.

Je mag tijd nemen om te groeien.
Je mag gewoon even zijn in de lente.

Misschien volgend jaar.

Een reactie achterlaten