Wanneer het bos ontwaakt.
Een verhaal over beginnen, wiebelen en vertrouwen.
De lente is voor mij altijd een beetje dubbel.
Ik ben blij dat de dagen terug beginnen te lengen. Meer licht, meer buiten, meer leven. Maar de vermoeidheid van de winter is nog niet helemaal weg. Ik voel nog de nood om onder mijn dekentje te kruipen en tegelijk vraagt de tuin al aandacht. Hallo, woelvork.
Het is de ultieme hoop, een zaadje in de grond steken en wachten tot er iets komt. Zo juist op een manier die moeilijk te omschrijven is. Die twee snelheden zijn in de lente heel sterk aanwezig: plannen én vertragen, energie én wiebeligheid. Aan de ene kant het verlangen naar wat komt, aan de andere kant nog een beetje het ‘weinig’ van de winter missen. De rust van de winter en de veelheid van de zomer, in de lente bestaan ze allebei tegelijk.
En dan die kleuren. Die tinten groen die je elk jaar opnieuw mag ontdekken alsof het de eerste keer is. De bloesems in al hun pracht. En die geur – misschien is het specifiek voor de Kempen, die gemengde bossen op zandgrond – maar het ruikt als thuis. Die geur zou men moeten bottelen.
De lente is het ideale moment om met al je zintuigen het bos in te gaan. Het weer bezorgt je een whiplash (zon, hevige regen, zon) maar ik vind het heerlijk. Het houdt je wakker. Het houdt je in het nu.
Die dubbele energie, dat herken ik ook in het bos zelf. Op 19 maart stond ik tussen de bomen tijdens Bos&Balans en las ik dit verhaal voor. Het bos zei precies wat ik zelf ook voel: begin voorzichtig, vertrouw op wat in je zit, en haast heeft hier geen zin.
De lente vraagt niet om perfectie. Ze vraagt alleen om die eerste, voorzichtige ‘ja’.
En soms helpt het om dat ‘ja’ te fluisteren in een bos dat al eeuwen weet hoe het moet beginnen.
Een reactie achterlaten Reactie annuleren
Je moet inloggen om een reactie te kunnen plaatsen.
